De mbo-docent: verbinder van onderwijs en werkveld?

Docenten in het beroepsonderwijs hebben een speciale dubbelrol: de docent die opleidt tot het beroep waar de student zich voor inschrijft, is vaak afkomstig uit het werkveld waar de student naar toe wil. De mbo-docent heeft een dubbele professie: beoefenaar van een ambacht en beoefenaar van het beroep docent. Veel mbo-docenten zijn gepassioneerd beroepsbeoefenaren die graag hun oorspronkelijk beroep of ambacht overbrengen op een jongere generatie.

Automonteur

Kwalificatiedossier
Vanuit het werkveld docent worden, betekent een bevoegdheid halen. In het kwalificatiedossier voor de Mbo-docent staat beschreven waar de startend beroepsbeoefenaar aan hoort te voldoen. Een mooi document, dat bestaat uit 6 taken:

  1. De docent draagt er zorg voor dat hij professional is en blijft
  2. De docent ontwikkelt een onderwijsprogramma
  3. De docent voert een onderwijsprogramma uit
  4. De docent begeleidt de studenten tijdens de leerloopbaan
  5. De docent is actief betrokken bij de beroepspraktijkvorming
  6. De docent construeert, hanteert en evalueert beoordelingsinstrument

De taken zijn goed beschreven. In de tekst kom je meerdere malen deze passage tegen: “de docent heeft actuele kennis van de beroepen waarvoor hij opleidt.” Dit is het verbindende element tussen beroepsonderwijs en werkveld. Op het moment van de daadwerkelijke overstap van de beroepsbeoefenaar naar onderwijs klopt de stelling ook.

Didactiek van het ambacht
Als voormalig opleidingsmanager en ambachtelijk beroepsbeoefenaar heb ik echter ervaren dat er een belangrijk aspect is, waar de opleiding tot Mbo-docent onvoldoende aandacht aan besteed: ik mis de didactiek van het ambacht / beroep waar je toe opleidt.

Word je docent Nederlands of aardrijkskunde, dan bestaat een deel van je opleiding uit “didactiek van Nederlands / aardrijkskunde”. Dit deel ontbreekt in de opleiding tot mbo-docent. Er is geen onderdeel “didactiek van de kapper / bakker / timmerman”. De mbo-docent leert allerlei didactische vaardigheden, theorie, technieken en gaat hier zelf mee aan de slag in de onderwijspraktijk, begeleid door een coach in de school. Deze coach heeft echter ook nooit de didactiek van het ambacht / beroep geleerd. Of je nu je opleidt tot kapper, bakker, medewerker kinderopvang of metselaar: het zorgt voor verschillen in opleiden tot een beroep, per onderwijsinstelling en onduidelijkheid bij het werkveld.

Verbindende rol
Branches maken zelf de beroepscompetentieprofielen per beroepsgroep. Deze profielen zijn landelijk geldig en vormen de basis voor de KD’s in het Mbo. De docent mbo, afkomstig uit  een werkveld, vervult hier een overbruggende en verbindende rol, die nog groter is als er samen met de beroepsgroep een didactische basis tot stand komt. Hoe voer je de basisvaardigheden uit het KD precies uit en hoe leer je ze de startend beroepsbeoefenaar aan?

Samen “terugredeneren naar de basis” zorgt voor draagvlak en hogere betrokkenheid van het werkveld bij het onderwijs. Het gaat hier niet om de kennisbasis of het benoemen van de vaardigheden. Dát staat al in het KD. Het gaat om het daadwerkelijk met elkaar doorspreken: op welke manier voeren we het werk uit? Hoe hou je het gereedschap vast? Wat is de meest logische algemene werkvolgorde die de branche breed deelt?

Dialoog
Door de dialoog onder elkaar (onderwijs en werkveld) te realiseren ontstaat opener communicatie en meer begrip voor elkaar. Hierdoor ontstaat leren van elkaar en is op de hoogte te blijven van de actuele ontwikkelingen bij beide partijen eenvoudiger. Een stap verder gaan kan ook: laat het werkveld zelf meer lessen verzorgen als gastdocenten en laat docenten van het werkveld leren door docentstages in te zetten.

Uit verschillende gesprekken met docenten, werkveld en leidinggevenden blijkt dat de behoefte aan een onderdeel “didactiek van het over te brengen beroep / ambacht”  groot is. Pakken we dit samen op in 2016?

Deel dit bericht op Social Media

Reacties

  1. Ik zou graag reageren op bovenstaand stuk van Ageeth, want zoals ik het las dan kan ik concluderen dat het hier eigenlijk gaat om een hernieuwde introductie van de oude ‘ambachtsschool’. Deze hebben mijn ouders beiden nog gevolgd. In mijn generatie echter, zelfs al toen ik klein was in mijn tijd op een basisschool in Amsterdam Oud-Zuid, was het opdoen van brede competenties juist helemaal ‘in’. Ik zit zelf niet in het onderwijs, maar is het zo dat bovenstaande beschouwd wordt als ‘de oplossing’? En daarmee bedoel ik het echt leren van een vak. Of is het een rage waar straks weer iets anders voor in de plaats komt? Ik ben benieuwd..

    http://www.instituutschreuder.nl

    • Beste Frederike,

      “De” oplossing is nog nergens voor gevonden. het gaat niet om herinvoeren van de oude ambachtsschool, maar om het versterken van de mbo-docent opleiding. Voor vakmensen die docent worden is er lang niet voor alle beroepsgroepen een gedegen docent opleiding, waardoor de didactiek en pedagogiek van een ambacht niet doorgegeven wordt.
      competenties, overstijgende vaardigheden, 21e eeuwse vaardigheden: in de veranderende wereld horen ze allemaal thuis in het onderwijs. Nu en in de toekomst is het steeds belangrijker dat je met een integrale blik naar werkzaamheden kunt kijken, weet hoe je informatie vindt en hoe je met informatie om gaat om er voor te zorgen dat je meebeweegt met de veranderende wereld om ons heen en arbeidsmarkt.
      Daartegenover staat dat een aantal ambachten blijven bestaan, denk aan de bakker, de kapper, de timmerman, etc. Ook zij hebben te maken met de veranderende wereld. Het gaat dus om “en-en”, het een sluit het ander niet uit.

      Hartelijke groet,
      Ageeth

  2. Ageeth Nijboer slaat hier de spijker op zijn kop. Ik kom zelf uit de kappersbranche en wat ik uit eigen ervaring weet is dat een goede kapper niet specifiek een goede docent betekent. Er komt natuurlijk veel meer bij kijken dan selecteren op een goede kapper. Als verstrekker van educatie zetten wij dan ook in op de opleiding welke een combinatie is van praktische vaardigheden en pedagogische/didactische vaardigheden. Wat wij merken is dat studenten vaak aangeven dat er op verschillende manieren uitleg gegeven wordt over 1 specifiek onderwerp. Belangrijk is dat de neuzen dezelfde richting op staan, wat je alleen krijgt door op beide aspecten de docenten goed te trainen. Dus een synergie tussen de praktische vaardigheden en de didactische vaardigheden. Belangrijk hierbij is om de docenten regelmatig op beide facetten te trainen om dit te verweven in elkaar. Dit omdat ze vaak wel weten “hoe” ze de vaardigheid uit moeten oefenen, maar niet weten op welke manier ze deze uit moeten leggen. De “waarom” vraag staat hierbij centraal. Dit is het grote verschil tussen “betekenisvol” les geven en een “kunstje leren”. Tijdens onze trainingen zetten we ook actieve werkvormen in om de studenten de betekenis beter te kunnen leren begrijpen. We merken dat de student de materie beter gaat begrijpen en dat de docenten ook meer gemotiveerde studenten krijgt.

    • Ageeth Nijboer 14 maart 2016 door Ageeth Nijboer

      Dank Christine voor je reactie! Mooi hoe jullie via een leermethode voor studenten, de didactiek van het ambacht overbrengen en vergroten bij docenten.
      Zou het niet mogelijk zijn een module praktische didactiek aan de MBO docentopleiding te koppelen?

  3. Ageeth Nijboer benoemt in haar blog dat zij-instromers uit de beroepspraktijk bij hun overstap naar het onderwijs nog up to date zijn. Een passievolle verteller is geweldig en een pedagogisch-didactisch getuigschrift waaraan een echt goed programma ten grondslag ligt (niet overal wordt zo geïnvesteerd zoals bij het KW1 College van Josée Bours) is nodig, maar actuele praktijkkennis is ook noodzakelijk. Een zij-instromer is zo’n twee drie jaar na de start in het onderwijs niet meer voldoende op de hoogte van de actuele beroepspraktijk. Een rol in de BPV en gastlessen door iemand uit de praktijk zijn gebruikelijke manieren om als docent zelf (zijdelings) ook nog wat praktijk mee te krijgen. Docentenstages hebben een wat hogere drempel die oploopt naarmate de jaren buiten de praktijk toenemen: of een gegeven moment durf je eigenlijk niet meer. Een andere mogelijkheid is een duale baan: deels in het onderwijs en deels in de praktijk. Zoals bijvoorbeeld de combinaties podiumartiest/muziekdocent, garagehouder/docent motorvoertuigentechniek, sommelier/horecadocent. (En bijvoorbeeld ook onderzoeker/onderzoeksdocent en lector zoals in mijn eigen werkpraktijk.)

    Een andere interessante optie is die van gezamenlijke projecten onderwijs-beroepspraktijk (denk aan tot voor kort HPBO, verder nog steeds de Centra voor Innovatief Vakmanschap (CIV) en de projecten met ondersteuning van Regionaal Investeringsfonds MBO (RIF). Naar mijn idee het mooiste zijn die initiatieven waarin (weerbarstige) innovatievraagstukken uit de beroepspraktijk centraal staan en praktijkmensen samen met studenten en docenten aan het werk gaan om het vraagstuk te doorgronden en oplossingen te bedenken en uit te proberen. Zorginnovatiecentra en dergelijke met snijvlakken tussen zorg, techniek, ict en hospitality zijn daarvan een voorbeeld. In het verlengde van het werken aan innovatievraagstukken uit de beroepspraktijk, zou je dan ook de vakdidactische vraagstukken uit het beroepsonderwijs aan de orde kunnen hebben. Enne, vergeet dan overigens ook niet om eens een kijkje ter nemen bij de lerarenopleiding voor beroepsonderwijs zoals die al sinds jaar en dag bestaat voor het groene beroepsonderwijs: Stoas Wageningen | Vilentum Hogeschool. Zij-instromers en instromers uit mbo, havo en vwo verdiepen zich hier nadrukkelijk in zowel de (groene) beroepspraktijk als de pedagogisch-didactische kanten van het beroepsonderwijs.

    • Ageeth Nijboer 14 maart 2016 door Ageeth Nijboer

      Hartelijk dank voor je reactie Niek. Ik kom graag een keer kijken bij de groene lerarenopleiding. Het bewustzijn van de noodzaak tot bijhouden van de praktijk groeit. het zou mooi zijn als we samen met onderwijs, studenten en bedrijfsleven een manier vinden om de praktische kennis in alle ambachtelijke beroepen op een hoog niveau te houden, ook als iemand al langere tijd in het onderwijs werkt.

  4. 20 februari 2016 door Josée Bours

    Ageeth Nijboer van KPC Groep beschrijft heel duidelijk wat de uitdaging is van een mbo-docent. Goed dat ze aan het beroepsprofiel refereert. Dat is een belangrijk werkdocument, waar ik vanuit de praktijk van ons ROC, het Koning Willem I College in ‘s-Hertogenbosch graag aan meegewerkt heb. Het gemiste stuk beroepsdidactiek of didactiek van het beroepsonderwijs is inderdaad een belangrijk issue. Er zijn bijvoorbeeld nauwelijks didactische handboeken voor. Bij ons op school werken docententeams aan de ontwikkeling van een opleidingspraktijk en we dagen teams uit om daar het bedrijfsleven bij te betrekken. Vanuit de KWIC Academie voor Teaching & Learning ondersteunen we de ontwikkeling van voor ontwikkeling van het (nieuw) vakmanschap betekenisvolle onderwijspraktijken. In ons zij-instroomtraject gebruiken wij naast basisdidactische grondbeginselen, leertheorieen de boeken van Marzano als vertrekpunt voor didactiek in het beroepsonderwijs. Opleiden van docenten/ praktijkopleiders in het mbo is een onderwerp waar Elly de Bruijn in samenwerking met ECBO ook een aanzet toe heeft gegeven in het ECBO-katern: Verbindend perspectief op opleiden naar vakmanschap. Daarin wordt een conceptueel model beschreven van de expertisegebieden van de professie opleider in het mbo. Ook interessant in dit kader is het ECBO-katern: hybride leeromgevingen van Ilya Zitter en Aimee Hoeve.

    • Dank Josée, voor je reactie! Het meest lastig is inderdaad de specifieke didactiek, in boeken en theorieën kom je die niet tegen. Er zijn diverse voorstellen vanuit branches geweest om samen met de docenten een module of leereenheid in te richten rondom de didactiek en de aan te bieden leerinhoud in de klas. Ik zelf ben een groot voorstander van “gewoon van start gaan en proberen”. Door in co-creatie tussen bedrijfsleven en onderwijs de leerinhoud samen te stellen voor de didactiek van het over te brengen ambacht, komen we ook samen tot een werkvorm en een handreiking.
      Ik ben nog op zoek naar onderwijs leidinggevenden, docententeams en een branche die het de dialoog aan willen gaan en samen een werkvorm willen neerzetten. Wellicht heb je interesse?

Reageer op dit bericht

Nee, bedankt  |  x